De kantkloster

Het is een bijzondere tijd. Op zich vind ik thuis blijven geen probleem, ik heb een mooi huis met atelier. Boodschappen doen vind ik al iets moeilijker. Ik ga zo vroeg mogelijk, dan is het nog relatief rustig. Die anderhalve meter vind ik nog moeilijker. Ik begrijp het wel en ik hou me er ook aan, maar het gedraai om elkaar heen, geeft mij soms het gevoel dat iedereen een vijand is. Je kunt niet zien wie er besmet is en wie niet, dus wordt iedereen als mogelijke besmetter en dus ‘vijand’ beschouwd. Daar raak ik al enigszins gespannen van.
Winkels waar je bij binnenkomst verplicht wordt je handen te desinfecteren, een verplicht winkelkarretje, (voor één pakje nietjes) of een rij buiten omdat er maar vijf mensen in de winkel mogen. Ik begrijp het allemaal en doe braaf wat nodig is om de curve laag te houden, maar ik ben wel blij als ik weer thuis ben.
Het moeilijkst vind ik het om niemand meer aan te mogen raken, geen handen schudden, geen knuffels, geen danscontact, geen Buitenkunst Pinksteren.

Plotseling overleed mijn (ex-)schoonvader (niet aan corona). Hij is zesentwintig jaar lang meer een vaderfiguur voor mij geweest dan mijn eigen vader, maar dat is een ander verhaal. Ik was verdrietig, een puur verdriet, om het afscheid van iemand waar ik veel om gaf. Blij dat ik in december nog op bezoek was geweest. Het samen huilen en de knuffel van mijn jongste, nog thuiswonende zoon, deed me goed.
Ik was opgelucht dat ik naar de crematie mocht komen, een afscheidsritueel vind ik toch belangrijk, ook in deze ingewikkelde tijd. De reis in de trein er naar toe was wel vervreemdend. Een hele lege trein midden in normaal gesproken spitsuur en het steeds nadrukkelijk omroepen dat de trein alleen bedoeld was voor mensen in vitale beroepen en niet bedoeld was voor uitjes.
Ondanks dat het een anderhalve meter crematie/ afscheid was en er drie keer nadrukkelijk werd gevraagd vooral veel afstand te bewaren tot de echtgenote van de overledene die daarna weer terug zou gaan naar het verzorgingshuis, vond ik het een mooie, warme bijeenkomst met twee prachtige totaal verschillende toespraken. Ik moest wel heel veel huilen, veel meer dan bij mijn eigen vader, maar misschien is dat ook niet heel vreemd.

Kom ik nu bij de titel van deze blog: De Kantkloster.
De kantkloster is een portret in houtsnede van mijn moeder. Bij haar op bezoek gaan, kan in deze tijd ook niet helaas. Ik was er vorig jaar mee begonnen na de dood van mijn vader en nu is hij af.
Kantklossen is iets dat als een rode draad door het leven van mijn moeder loopt. Ze is er mee begonnen toen ik een jaar of zeven was en is er nooit meer mee opgehouden.